
Wet op het voortgezet onderwijs
Artikel 43a
1
De rector, de directeur, de conrectoren, de adjunct-directeuren, de leden van de centrale directie, de leraren en het overige personeel, bedoeld in artikel 38a, van de openbare school, zijn in het bezit van een door het bevoegd gezag getekende akte van aanstelling. De akte van aanstelling bevat ten minste:
a
de naam en het adres van het bevoegd gezag;
b
de naam, de voornamen en de geboortedatum van de betrokkene;
c
de datum van ingang van de aanstelling;
d
de functie waarin de betrokkene wordt aangesteld;
e
de bepaling of de aanstelling in vaste of in tijdelijke dienst geschiedt en in het laatste geval de gronden voor de tijdelijkheid en de duur van de aanstelling;
f
de omvang van de betrekking;
g
de op de dag van zijn aanstelling van toepassing zijnde schaal en het salarisnummer;
h
de bepaling dat de betrokkene werkzaam zal zijn in algemene dienst van het bevoegd gezag.
2
Het bevoegd gezag draagt zorg dat afschriften van de bewijsstukken waarmee de bekwaamheid wordt aangetoond, van de geschiktheidsverklaringen, van de verklaringen omtrent het gedrag, alsmede van de akte van aanstelling van het aan de school verbonden personeel worden bewaard.
3
Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op personeel dat is tewerkgesteld zonder aanstelling.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.